Afbakbroodjesvisie

Je kunnen verantwoorden gaat over weten wat je doet en waarom je het doet, niet over het volgen van een protocol waarin met autistische precisie is vastgelegd wat er allemaal met een cliënt moet gebeuren, of die nou wil of niet.

Je kent ze wel: zo’n zesling van die witte afbakbroodjes in een plastic verpakking, gaan tegelijk de oven in en zijn allemaal tegelijk op tijd gaar volgens instructie. Iedereen die in de hulpverlening werkt, weet dat het met mensen niet zo eenvoudig werkt.
Ondanks dat elke hulpverlener dit weet, waait de ene na de andere trend door hulpverleningsland. Altijd is men op zoek naar de ‘beste en meest effectieve methode’. Alsof er stiekem ergens een universele gebruiksaanwijzing zou liggen voor de gehele mensheid, of zelfs voor een bepaalde groep mensen. Maar mensen zijn nu eenmaal geen afbakbroodjes.

Toch is men in hulpverleningsland dol op methoden, programma’s en procedures. En als de nood echt aan de man is, dan zijn er altijd nog de protocollen die ons van de ondergang zullen redden.
Als rebel in hart en nieren heb ik me daar altijd hardvochtig tegen verzet. Soms in stilte, soms openlijk. Dat werd mij meestal niet in dank afgenomen.
Ik herinner me dat ik een paar jaar geleden met een collega, laten we hem Gert noemen, sprak over het plan voor een eigen praktijk, en dat ik vol enthousiasme riep: ‘Alle methodiek en regeltjeszooi de deur uit! Kom ik eindelijk eens aan echt werken toe!’
Nu was Gert erg gesteld op de regels. Sterker nog, hij had pas een promotie gekregen tot teamleider, vrij vertaald naar zijn eigen hand: regeltjespolitie. En dat nam hij bloedserieus. Als er een formulier ontbrak in het dossier van een cliënt, dan was hij de eerste die aan je bureau stond om je tot de orde te roepen. Ik heb denk ik meer met hem staan discussiëren dan dat ik ooit tijd aan een cliënt heb mogen besteden destijds.
Het had mij dan ook niet moeten verbazen dat hij grote ogen opzette en stamelde: ‘Maar… hoe dan?’ Zijn verbouwereerde gezicht liep enigszins paars aan toen ik suggereerde dat ik liever gewoon contact maak met cliënten en zie waar het schip strandt.
‘Maar dat is toch niet professioneel! Je moet jezelf toch kunnen verantwoorden?!’ Riep hij vol afschuw uit.
Daar had Gert een punt. Je moet jezelf inderdaad altijd kunnen verantwoorden als hulpverlener. Maar een echte professional kan dat ook zonder methode of protocol. Je kunnen verantwoorden gaat over weten wat je doet en waarom je het doet, niet over het volgen van een protocol waarin met autistische precisie is vastgelegd wat er allemaal met een cliënt moet gebeuren, of die nou wil of niet.
Er is een hele wereld buiten de protocollen, een wereld waar ik Gert graag eens mee naartoe zou willen nemen. Niet voor de gezelligheid natuurlijk.
Een wereld waarin je zelf de koers bepaalt. Niet de gemeente, die geld wil besparen, en niet je baas die vooral de cijfertjes en dossiers op orde wil zien. Jij, met je cliënt, zoals hulpverlening ooit bedoeld is. Op de manier die het beste werkt voor je cliënt in zijn of haar situatie, in plaats van de methode waarin je toevallig recentelijk nog getraind bent.
Ironisch genoeg is dit ook de meest efficiënte manier van werken. Al decennia lang blijkt steeds opnieuw uit onderzoek dat de meest doorslaggevende factor voor het slagen van een hulpverleningsproces met afstand niet de methode is, maar de hulpverlener en zijn of haar vermogen om aan te sluiten bij de cliënt.
Je verantwoorden, dat moet je dus in de eerste plaats kunnen ten opzichte van je cliënt. En die ga je niet overtuigen door een stapel formulieren en een training op je c.v. Je cliënt overtuig je enkel en alleen doordat hij bij je de deur uit loopt en denkt: hier heb ik iets aan.

Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet tegen methodiek en tegen training. Ik vind het alleen idioterie om te denken dat je iedereen kan helpen met dezelfde benadering. Om cliënten in dat ene hokje te proppen dat jou het beste uitkomt. De afbakbroodjesvisie dus.
Het is een verrijking om te kunnen putten uit alle methoden en benaderingen die ik in de loop van de jaren heb meegekregen. Ik ben onder andere getraind in krachtwerk, seksespecifieke hulpverlening, geweldloos verzet, systeemgericht werken, oplossingsgericht werken, ervaringsgericht werken en Gestalt.
Over het één ben ik enthousiaster dan over het ander, maar in alle eerlijkheid gebruik ik het allemaal wanneer het zo uitkomt. Wanneer het mij, maar vooral de cliënt past. Ironisch genoeg werkt dat in de praktijk ook nog eens het meest snel en efficiënt.
Misschien heb ik dan toch die universele gebruiksaanwijzing van de mensheid gevonden. Maar ik reken er op dat er vandaag of morgen een cliënt komt die dat allemaal weer van de baan veegt. De krentenbol tussen de afbakpistoletjes. Of bijvoorbeeld een Gert. Want die had ook zeker zijn eigen gebruiksaanwijzing.

De komende tijd zal ik bloggen over de zin en onzin van verschillende hulpverleningsmethoden.

p.s. Wil je reageren op deze blog? Dat kan op mijn facebookpagina.