De ‘sorry dat ik besta’ paradox

‘Ja maar, wat heeft het voor nut om me uit te spreken?’ vroeg mijn cliënt, een meisje van een jaar of vijftig mij laatst. ‘Wat levert dat me nou op? Iedereen wordt alleen maar boos op me’.

Mijn tenen worden nooit zo krom, als wanneer er weer zo’n ‘sorry-dat-ik-besta’ meisje voor mijn neus zit. Sorry-dat-ik-besta-meisjes kunnen gerust zestig of tachtig jaar worden, maar het blijven meisjes. Brave, schattige meisjes die bang zijn voor de grote boze wereld en zich schikken naar wat die wereld van hen verlangt.

Uiteraard zijn er ook ‘sorry-dat-ik-besta’-jongetjes, maar ze zijn enorm in de minderheid, vandaar dat ik het nu even over de meisjes heb.

Het zijn het soort meisjes die onderweg honger krijgen en dan aan hun man vragen of hij misschien trek heeft. Hij antwoordt ‘nee’ en ze rijden door. Ze vraagt het nog eens en hij zegt weer ‘nee’ en aan het einde van de rit wordt ze stilzwijgend boos en haar man begrijpt geen snars van wat er zich heeft voorgedaan. ‘Als je honger hebt en je wilt ergens stoppen, dan zeg je dat toch gewoon?’ denkt hij. Maar zij wilde niet tot last zijn.

Vroeger trok ik mijn wenkbrauwen op en liep hen straal voorbij. Sorry, geen tijd voor en geen zin in, dacht ik dan. Ik was toen nog geen therapeut.

Een van de leukste dingen aan volwassen worden vond ik dat ik eindelijk kon doen wat ík wil. Daar had ik zon achttien jaar naar uitgekeken en toen die fase plots was gearriveerd, heb ik die volledig omarmd en ten volle benut. Ik kon me dan ook niet voorstellen waarom je door het leven zou willen gaan met een ‘sorry-dat-ik-besta’-mentaliteit.

Je bent een volwassen vrouw, je mag stemmen op wie jij wilt, uitslapen zolang jij wilt, pizza voor ontbijt eten als jij dat wilt, de mogelijkheden zijn eindeloos. Waarom zou je jezelf beperken?

Toen ik therapeut werd kwam ik er natuurlijk achter dat de meeste mensen met zo’n mindset dit ook helemaal niet willen, maar nooit geleerd hebben om zich überhaupt af te vragen wat ze willen, laat staan om stelling te nemen. Dat heeft natuurlijk alles te maken met hoe je opgroeit.

Ik moest het zelf uitzoeken, mijn plaatje werd niet ingevuld, er waren geen verwachtingen. Al jong moest ik mezelf handhaven in een onstabiele omgeving. Weten wat ik wilde, een plan maken en mijn eigen weg gaan, dat was voor mij cruciaal.

Als je echter opgroeit in een omgeving waar van alles van je wordt verwacht, waarin niet echt naar jou wordt geluisterd, of waar je alleen liefde of aandacht kreeg als je je netjes gedroeg, dan kan het zijn dat je geen idee hebt wat je wilt of hoe je voor jezelf opkomt, of wat het nut daarvan überhaupt is.

Inmiddels is mijn tolerantie dus flink gegroeid en kan ik zelfs een paar van dit soort meisjes tot mijn vrienden rekenen. Doordat ik een enorme sympathie voor hen heb ontwikkeld, kunnen ze mijn ongeduld meestal ook verdragen. Stuk voor stuk zijn het eigenlijk krachtige, volwassen vrouwen met veel in hun mars, maar ze verschuilen zich vaak achter dit meisje, in een poging zich af te schermen voor kritiek en gedoe. Dat heeft in hun leven ongetwijfeld voor hen gewerkt, maar ergens gaat het uiteindelijk wringen.

Mijn kromme tenen blijven dus wel, zo nu en dan. Maar dat is goed, dat is helpend. Kromme tenen wijzen naar jezelf. En doordat ik bij mezelf te rade ben gegaan, heb ik hier best wat zinnigs over te zeggen.

Terug naar het meisje van vijftig. Wat heeft het voor nut om je uit te spreken? Als rebel in hart en nieren weet ik niet eens waar ik moet beginnen om deze vraag te beantwoorden.

Wat heeft het voor nut om het niet te doen? Doordat je het niet doet, zit je bij de psycholoog of therapeut op de bank. Doordat je het niet doet, heb je misschien wel hartkloppingen, migraine of altijd een slecht humeur. Doordat je je niet uitspreekt, kent niemand je echt en heb je misschien geen echte vrienden. Of vraag je je altijd af of ze nog steeds je vrienden zouden zijn als ze wisten wat er echt in je omging. Doordat je je niet uitspreekt, krijgt niemand hoogte van je en ben je dus eigenlijk heel lastig, iets wat je ten allen tijde zo graag wilde vermijden. Je bent gevangen in een eeuwige vicieuze cirkel: de ‘sorry dat ik besta’-paradox.

Je wilt zo graag geaccepteerd worden om wie je bent, maar wie ben je nou eigenlijk? Wat wil je? Hoe moet ik weten wat jij wilt en hoe kan ik rekening met je houden als jij je niet uitspreekt? Verrekte lastig ben je eigenlijk. Niet gek dat de meeste mensen je maar in het hokje stoppen dat hen zelf het beste uitkomt. En je dus nooit echt zien voor wie je bent. Jij schikt je er wel naar en dat is voor iedereen wel zo handig. Behalve voor jou dan. Maar ja, dat ben je wel gewend en je wilt geen ruzie. Totdat…

En dan zit je bij de therapeut en vraag je terecht: ‘wat levert het mij op?’

Laat me je vertellen over Beth. Beth is een huisvrouw van vijfenzestig, ze woont in Amerika en houdt van koken. Ze was tot voor kort een sorry-dat-ik-besta-meisje. Ik ken haar van een facebookgroep voor kookliefhebbers. Beth wilde gezonder gaan eten, maar haar gezin wilde niet meedoen. Dus kookte ze elke dag twee aparte maaltijden, waar ze uiteraard doodmoe van werd. Dat er nooit een bedankje kwam, hielp niet mee. Dat er nooit hulp werd aangeboden met tafel dekken of de afwas, hielp ook niet mee. En dat niemand überhaupt ooit iets in het huishouden deed, daar was ze eigenlijk goed van over de zeik, maar dat zou Beth nooit zo zeggen. Beth schikte zich in haar rol, en daar had ze allerlei goede redenen voor. Ze wilde graag een goede echtgenote en een goede moeder zijn voor haar kinderen. En iemand had haar ergens op haar levenspad wijsgemaakt dat goede moeders en echtgenoten sloven en sloven zonder er iets voor terug te verwachten, tot de dood er op volgt.

Maar, mede door de kromme tenen van andere vrouwen met wie Beth online wel haar frustratie durfde te delen, kwam er een abrupt einde aan haar gesloof. Beth kondigde thuis met de pollepel in de hand (althans, zo stel ik mij dat graag voor), aan dat het afgelopen was met de pret. Ze ging op een retraite, een heel weekeind weg, met andere kookliefhebbers, en haar man en kinderen konden het eventjes uitzoeken. Commotie alom in het gezin natuurlijk, en drie facebookoverleggen later vond ze de kracht om ondanks al haar zorgen (zouden ze het overleven, die man en kids?) tóch te gaan.

Ze kwam terug als een herboren vrouw en heeft nooit meer twee maaltijden op een avond gekookt. Maar wat belangrijker was, deze keuze om eindelijk eens te doen wat zij zelf wilde, had haar bevrijd. Wat bleek nou, dat halve weekeind zat vol met vrouwen zoals zij. Allemaal hadden ze allerlei bezwaren moeten overwinnen, van zichzelf en hun naasten, maar ze waren er wel en ze waren vrij! Al was het maar voor even. En dat even smaakte naar meer.

Het laatste bericht toonde Beth haar nieuwe sokken met de opdruk ‘Kindly fuck off’. Ze was met de dames van de kookclub op pad geweest en ze hadden allemaal een dergelijk paar aangeschaft om hen, verborgen maar toch, te sterken in het voornemen niet meer met zich te laten sollen. Beth sloot haar bericht af met: ‘And that is how I found my tribe’.

Dat is dus wat het je oplevert: je vindt je ‘tribe’, jouw clubje gelijkgestemden, pas als je jezelf echt laat zien en gaat doen wat jij wilt. Overigens hoeft dat niet altijd te betekenen dat je nieuwe mensen op je pad vindt en oude moet laten gaan. Beth vertelde tussen neus en lippen door ook nog even dat zij en haar man aan een ‘second honeymoon’ waren begonnen. If you know what I mean.

Na de initiële ruzies over het wegvallend gemak, vond haar man de vrouw weer terug op wie hij ooit verliefd was geworden: een vrolijke meid die geniet van het leven. Op zulke momenten is het helemaal niet erg om weer even een meisje zijn.

Herken je jezelf in dit verhaal? Vraag je dan eens af wat jij nou eigenlijk wil. En ga het halen, of het nou dat laatste stokbroodje is of die salarisverhoging.

Gaat het om diepere dingen, weet je bijvoorbeeld niet eens wat je zelf wil, of heb je je dat nog nooit afgevraagd? Wordt je zenuwachtig bij het idee om voor jezelf op te komen? Dan is de stap naar een therapeut of psycholoog misschien wel een goed idee. En als je bang bent dat mensen daar iets van vinden, kun je altijd nog met een grote glimlach zeggen: ‘Kindly fuck off’. Op therapeutische basis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *