Depressief

Ze zeiden dat hij depressief was. Leo had zijn schouders opgehaald. Een naam verandert niets aan hoe je je voelt. Ze hadden er maanden over gedaan om tot die conclusie te komen: depressief.
En toen kreeg hij pillen, en nog meer pillen en toen die niet werkten weer andere pillen. Deze pillen werkten wel, ze hielpen hem minder te voelen. Minder frustratie, angst, boosheid. Minder scherpe randjes. Dat was voor Leo en zijn vrouw in eerste instantie een opluchting. Er kwam een beetje rust. En toen… een uitvergrote leegte.

In je eentje kun je prima depressief zijn. Geen haan die er naar kraait. Boos zijn is ook geen probleem. Als je een gat in de muur slaat is het enige vervelende dat je er zelf tegenaan moet kijken. Maar Leo was niet graag alleen. Zijn vrouw Birgit was belangrijk voor hem, veel belangrijker dan hij haar ooit zou kunnen zeggen.
En daarom kwamen ze bij mij, een voor hen wildvreemde vrouw, met een paar diploma’s weliswaar, die zich zonder enige gene met hun relatie ging bemoeien. Het maakte Leo kwaad, ergens diep in zijn tenen, dat kon hij nog net voelen. Hij zou wel weer fout zitten, hij was tenslotte officieel depressief, dus officieel de boosdoener, nietwaar?
Als hij Birgit moest geloven in ieder geval wel, want die riep zo ongeveer elke dag: ‘Die depressie van jou verpest ons hele leven!’. En die depressie had hij nou eenmaal, dus hier kwam hij waarschijnlijk niet onderuit. Behalve misschien door strak naar de grond te blijven kijken. Alsof hij er gewoon niet was. Leo hield niet van confrontatie. Daar was namelijk voor hem nog nooit iets goeds uit gekomen.

Ik vond het moeilijk om contact te krijgen met Leo. Zijn vrouw had niet geheel toevallig hetzelfde probleem. ‘Dat komt door zijn depressie’, zei ze.
‘Dat kan goed zijn’, zei ik. ‘En wat doet het met jou?’
‘Ik word er niet goed van’ vertelde Birgit. ‘De eerste paar weken met die nieuwe medicatie was het lekker rustig. Eindelijk geen ellenlange ruzies meer. Geen geschreeuw. Maar ja, we praten nu ook niet meer echt. Ik weet niet wat er in hem omgaat. Hij sluit me buiten, en dan word ik boos.’
‘En wat gebeurt er dan?’
‘Dan maken we alsnog ruzie, maar het is anders dan vroeger. Ooit heeft hij me een tik verkocht en dat zal ik nooit vergeten. Ik ben ook blij dat dat niet meer gebeurt. Maar nu is er een nieuwe kwelling: het zwijgen. Dat is eigenlijk nog veel erger. Meestal zegt hij niks, terwijl ik kapot zit te gaan. Het kan hem gewoon niet schelen.’
Ondertussen zag ik Leo steeds strakker naar de grond kijken. Ik vroeg een reactie op de woorden van zijn vrouw. Hij haalde zijn schouders op. Ik vermoedde dat het voor hem heel moeilijk te verdragen was dat Birgit zo gefrustreerd was, en dat hij alleen de verwijten hoorde, en niet haar wanhoop. Via die weg kwamen we ergens, maar het duurde niet lang voor het contact weer stokte.
Het lukte Leo niet om te voelen wat er onder zijn woede zat. Ze vertelden over hun laatste ruzie, waarbij Birgit in haar frustratie tegen Leo had gezegd dat als hij dat zo graag wil, hij er maar een eind aan moest maken.
‘Ik ben gewoon boos op haar, verder niks!’ riep Leo gefrustreerd. ‘Zoiets zeg je toch niet tegen iemand die depressief is! Ik begrijp gewoon niet hoe je zo stom kunt zijn!’
Birgit zat er verslagen bij. ‘En ik begrijp niet hoe je hier wekenlang boos over kunt blijven. Ik heb al tien keer sorry gezegd. Wat wil je nou van me?’
Met een beetje sturing lukte het Birgit om te praten over haar onmacht. Dat ze helemaal niet wilde dat Leo er een eind aan maakt, maar dat ze het gevoel had dat hij ook niet echt leefde. Dat hij er tussenin bleef hangen en dat ze niet meer wist hoe ze hem moest helpen, terwijl ze dat zo graag wilde. Meestal als ik relatietherapie doe, geven dit soort uitspraken een doorbraak. Als de één kwetsbaar wordt, dan durft de ander dat ook. Maar Leo blokkeerde.
Ik was nieuwsgierig naar wat er bij hem van binnen gebeurde en realiseer me dat er onder die boze en harde buitenkant wel behoorlijk wat pijn en angst moest zitten. Maar wat ik ook probeerde, Leo gaf niet thuis. ‘Ik ben gewoon alleen maar boos. Waarom snapt niemand dat!’
Birgit gaat keek steeds wanhopiger naar mij. Ik begreep haar wanhoop en begon hem zelf ook te voelen.
‘Er zit altijd iets onder de boosheid, Leo’ zei ik. ‘En ik snap dat het misschien kwetsbaar voelt om er naar toe te gaan, maar dat is wel de weg hier uit.’
Op het moment dat ik het zei, hoorde ik de strenge ondertoon in mijn eigen stem. Toen Leo weer zijn schouders ophaalde en naar de grond keek, wist ik het ook niet meer. Het was even stil, we zaten in een impasse. En toen zag ik de tranen in zijn ogen opwellen.
‘Dat zal wel weer’ zei Leo verslagen. ‘Dit gebeurt altijd.’
Leo vertelde dat hij bij een heleboel psychologen en therapeuten was geweest, die allemaal vroeg of laat met de therapie waren gestopt. Want hij ‘kan het niet of wil het niet’, was na verloop van tijd steeds de conclusie. En dan werd hij weggestuurd, zo ongeveer op het punt waar wij waren beland.
‘Maar ik weet het gewoon echt niet’ zei Leo verslagen. Hij keek me voor het eerst aan.
‘Ik wil wel, maar ik weet het niet, ik voel me alleen maar boos! Ik voel niets anders, het lukt me niet. Dus het zal wel waar zijn, dat ik niet geschikt ben voor therapie.’
Leo vertelde wat meer over alle behandelaren die hem vroeg of laat de deur hadden gewezen en ik realiseerde me dat hij het echt niet voelde en niet wist. En dat hij daar meermaals voor op zijn donder had gekregen. Afgewezen, niet geschikt voor therapie. Schuldig. Fout. Een bevestiging van wat hij zijn hele leven al hoorde. Wanneer Leo kritiek kreeg, koos hij er tot nu toe voor om weg te kruipen en zijn boosheid te onderdrukken. Dat had hij van jongs af aan geleerd, toen hij nog geen betere manier had om zichzelf te beschermen. Wegkruipen deed Leo soms in de slachtofferrol, maar ook in zijn depressie. Beide zijn plekken waar niemand je kan raken.

Hoe meer Leo in de depressie raakt, hoe meer afwijzing hij ontvangt, van anderen maar ook van zichzelf. En hoe meer afwijzing hij ontvangt, hoe depressiever hij wordt. Dit is hoe de depressie Leo in zijn greep heeft. Hij heeft nooit geleerd om de klappen van het leven op te vangen, omdat die klappen al begonnen waren toen hij niet weerbaar was, veel te jong om zichzelf te verdedigen of te kunnen relativeren.
Destructieve patronen van cliënten ontvouwen zich vroeg of laat ook in de spreekkamer. Voor Leo was de therapie op dit punt eerder altijd opgehouden. Maar voor mij is dit waar therapie juist begint. ‘Niet willen’ is vaak ‘niet durven’ of ‘niet weten hoe’. Als je een persoon op zo’n cruciaal moment de deur wijst, bevestig je het oorspronkelijke probleem eigenlijk. En dan heb ik het nog niet eens over hoe je de naasten in de steek laat. Want ook zij weten niet meer wat ze met de situatie aan moeten, daarom kwamen ze nou juist samen in therapie. Zelfs als iemand echt niet wil (want dat komt natuurlijk ook voor), kun je nog steeds de naasten helpen. En door dat te doen, help je degene die niet mee wil werken meestal ook. Niemand is ongeschikt voor therapie.
Een therapeut die je dat wijs probeert te maken, weet gewoon niet wat hij met je probleem aan moet. Hij loopt dan vast op hetzelfde punt waar jij vastloopt, in je eigen gezin of relatie. Het is dus eigenlijk een bevestiging dat je niet gek bent.
En depressie is inderdaad maar een naam, daar had Leo gelijk in. Voor hem stond depressie voor bescherming, wegkruipen, niet geraakt kunnen worden, door het leven dat zo hard en overweldigend kan zijn. Maar misschien betekent depressie in jouw leven iets anders. Of ben je daar nog niet achter. We kunnen samen op zoek gaan. Ik ben benieuwd naar je verhaal.

* De namen in dit verhaal zijn gefingeerd. Het verhaal is gebaseerd op dat van meerdere cliënten.