Professionele nabijheid

Tegen de muur praten, dat kunnen cliënten thuis ook. Professionele afstand wordt overschat. Nabijheid is de echte uitdaging.

In een sollicitatiegesprek werd me ooit gevraagd: ‘Lukt het je om professionele afstand te houden?’ Een standaardvraag die ook vaak in de vacature-eisen staat. In hulpverleningsland heerst de hardnekkige mythe dat het belangrijk is om afstand te houden van cliënten. We verwachten van hen dat ze hun problemen en kwetsbaarheden zonder pardon op tafel leggen, maar blijven zelf liever buiten schot.
Mijn antwoord was ‘Nee’. Daar keken mijn tafelgenoten wel van op. Altijd leuk, een beetje shockeffect tijdens zo’n standaardgesprek. Maar ik was bloedserieus. Want wat is er nou eigenlijk zo professioneel aan afstand? Na enig rondvragen en googelen kwam ik de volgende stellingen tegen.

‘Je moet cliënten niet belasten met jouw emoties’
Tegen de muur praten, dat kunnen cliënten thuis ook. Zelfde effect, maar dan gratis. Mensen komen in de eerste plaats naar een hulpverlener omdat ze gehoord en begrepen willen worden. En hulpverleners willen graag helpen. Maar hoe ga je mensen leren dat het oké is om emoties als boosheid of verdriet toe te staan, als je het zelf ter plekke zit te onderdrukken? Emoties zien als belastend, dat is de eerste stap om in de problemen te komen. We vertellen onze cliënten maar al te graag dat ze boos en verdrietig mogen zijn. ‘Laat het er maar uit Jantje, het is niet erg!’
En wij zelf dan? Als hulpverleners hebben we een voorbeeldfunctie, ook als het gaat om reageren met gepaste emotie. Soms kan dat zelfs betekenen dat je een traantje wegpinkt. Ik heb nog nooit gehoord dat mijn oprechte reactie als een belasting werd ervaren door cliënten. Sterker nog, keer op keer kreeg ik terug dat het hen opluchtte en vertrouwen gaf.
Laatst zei een cliënt nog tegen me: ‘Die psychiater waar ik een paar keer geweest ben daar had ik niets aan. Die zat alleen maar op z’n blocnote te schrijven en ik had geen idee wat hij dacht. Daar werd ik helemaal niet goed van. Ik vertelde de meest afschuwelijke dingen over mijn leven en hij knikte alleen maar. Bij jou voel ik tenminste dat ik met een mens praat.’
Dat is wat mij betreft waar vertrouwen begint, contact van mens tot mens. Mensen hebben emoties, en hulpverleners ook. Zelfs psychiaters.

‘Je loopt het risico over de grenzen van cliënten te gaan’
Ik durf te beweren dat het tegenovergestelde waar is. De psychiater in het bovenstaande voorbeeld is eigenlijk ongemerkt en onbedoeld over een grens gegaan, juist door zo op afstand te blijven. Het vergt vaak nogal wat van cliënten om zich emotioneel bloot te geven. Je levensverhaal vertellen, vol met pijnpunten, tegen iemand die niet of nauwelijks reageert, gaat op een gegeven moment steeds kwetsbaarder voelen. Als het een gesprek met een willekeurige vreemde was, zou je stoppen met vertellen, zodra je geen aansluiting meer voelt. Daar ligt namelijk een natuurlijke grens, die de meeste mensen vanzelf aanvoelen. Van beide kanten, spreker en luisteraar.
Maar in een hulpverleningssituatie wordt dit beeld vaak vertroebeld. De psychiater hoort meerdere schokkende verhalen op een dag, voor hem is het beroepsdeformatie. Hij laat zich niet raken, misschien omdat hij denkt dat dat niet professioneel is. En de cliënt praat maar door, misschien omdat hij denkt: het zal wel zo horen en misschien komt er straks een goed advies waar ik iets aan heb. Maar als dat advies uitblijft (omdat het nu eenmaal nog de ‘intakefase is’) of in een later stadium niet aansluit, komt de cliënt bedrogen uit. Zo kwetsbaar geweest en toch niet begrepen. Dat is vaak ook niet voor het eerst.
Natuurlijk is te dichtbij komen ook niet goed. Maar laten we wel wezen, de meeste hulpverleners hebben geen slechte bedoelingen. Vanwege die enkeling die zich in ons vak begeeft om misbruik te maken van de kwetsbaarheid van andere mensen, zijn we allemaal vreselijk voorzichtig geworden.
Een hand op iemands arm leggen is al bijna taboe, laat staan een knuffel geven. Terwijl sommige mensen dit harder nodig hebben dan tien gesprekken.
Ik vind dit zelf eerlijk gezegd ook wel eens lastig. Ik heb bijvoorbeeld nu een cliënt die ernstig seksueel misbruikt is door een vrouw. Soms heb ik de neiging om haar arm te pakken of even een hand op haar schouder te leggen als ik zie dat ze het moeilijk heeft. Tot nu toe heb ik dat niet gedaan, omdat ik vrees dat dit verkeerd bij haar binnenkomt. Ook mijn collega’s houden afstand. Maar wat voor boodschap krijgt deze vrouw, als niemand haar meer aan durft te raken, op een normale manier?
Alleen vanuit mijn betrokkenheid kan ik voelen wat ik haar gun, als ik op afstand blijf niet. En dan is het aan haar of ze aangeraakt wil worden of niet. Dat kan ik natuurlijk gewoon vragen.
Dat zelf mogen bepalen, dat is helend voor mensen. Juist bij die cliënten die moeite hebben om hun grenzen te bepalen kunnen wij als hulpverleners een veilige context bieden om grenzen te onderzoeken en er mee te oefenen. Erover praten helpt niet. Achteraf weet iedereen wel waar zijn grens lag. Het daadwerkelijk aangaan van het contact op dit niveau vergt natuurlijk van ons hulpverleners dat wij ons ook kwetsbaar opstellen. Of zou dat stiekem het probleem zijn?

Je moet je de problemen van cliënten niet te veel aantrekken, dan wordt je werkdruk te hoog en kun je bezwijken onder de stress’
Er zijn veel redenen waarom hulpverleners een burn-out kunnen krijgen. Hoge werkdruk is daar één van. De belangrijkste redenen voor hoge werkdruk zijn privéproblemen, teveel werk in te weinig tijd, en de papierwinkel die ons van het eigenlijke werk afhoudt. Dat zijn dingen waarvan een hoop hulpverleners last hebben, zeker sinds de bezuinigingen in ons vak.
Ik ben daarentegen nog nooit een hulpverlener tegengekomen die overspannen raakte door het leed van zijn cliënten. Het leed van onze cliënten is waarom we nou juist in het vak stappen, niet er uit. Wij als hulpverleners hebben allemaal op onze eigen manier het gevoel dat we iets kunnen betekenen voor anderen, dat we het leed wat kunnen verzachten. Onze kracht is dat we het ons juist wél aantrekken.
Stress treedt op wanneer het om de één of andere reden niet lukt. Niet lukt om je werk af te krijgen of niet lukt om van betekenis te zijn voor je cliënten. Als je steeds maar vastloopt. Dan haal je geen voldoening meer uit je werk en raak je ontevreden en gestresst. Vraag het een willekeurige arbo-arts.
Bovendien, als mensen het gevoel krijgen dat een hulpverlener zich niet zoveel aantrekt van hun problemen, zullen ze zich dan door diegene laten helpen? Zeker niet. Een afstandelijke hulpverlener is geen effectieve hulpverlener. En een ineffectieve hulpverlener is een gestresste hulpverlener.
Ik zou zeggen: Je moet je de problemen van cliënten dus vooral blijven aantrekken. Dan ben je het meest effectief, met de minste kans op overbelasting.

‘Ben je te emotioneel betrokken, dan staat dat het nemen van goede, rationele beslissingen in de weg’
Wij mensen zijn stuk voor stuk gezegend met zowel het vermogen tot rationeel nadenken als het voelen van allerlei nuttige emoties. Al zou je het soms niet zeggen. Bij de één is nu eenmaal de ratio meer ontwikkeld, en bij de ander het gevoel. Gelukkig sluit het één het ander niet uit. Dan zou de wereld bestaan uit enkel autisten en hormonale Hennies. Een disbalans kan wel voor problemen zorgen. En dit is precies waarom je als hulpverlener beide in huis moet hebben.
Auke de autist help je niet met een rationele benadering. Dit kent hij al en is hoogstwaarschijnlijk ook de reden dat hij is vastgelopen. En hormonale Hennie die zich altijd vrijpleit door haar tranen, help je niet door mee te janken. Dat is haar destructieve patroon. Toch zal hormonale Hennie zonder jouw empathie niet voor een tweede consult komen en zal Auke de autist je alleen vertrouwen als je ook iets kunt laten zien van jouw capaciteit tot logisch denken.
Het antwoord is aansluiten. Aansluiten bij je cliënt, dat kan alleen als je emotioneel betrokken durft te zijn. Laten we wel wezen, dit tast je verstand echt niet aan. Voor een puur rationeel antwoord bestaan er sites zoals Google en Wikipedia. Daar komen cliënten dus niet voor. Ze willen iemand die ook op gevoelsniveau met hen mee kan denken.
Als het je niet meer lukt om goede beslissingen te maken, dan is er waarschijnlijk iets anders aan de hand. Dan kom je je eigen blokkades tegen. Kan gebeuren, hulpverleners zijn ook maar mensen. Tijd om een derde in te schakelen die met je mee kan kijken, bijvoorbeeld een collega of supervisor. Liefst wel eentje die emotioneel betrokken wil zijn.

Ik heb mijn antwoord destijds natuurlijk wel een beetje toegelicht. Niet lang daarna ontving ik een enthousiaste uitnodiging voor een tweede gesprek. Dat had net zo goed anders kunnen lopen, maar zonder risico’s geen succes. Dat geldt ook voor de hulpverlening. Dichtbij durven komen, professionele nabijheid zullen we maar zeggen, dat is de echte uitdaging. Want hulpverlening is net het echte leven, zonder emotionele betrokkenheid is het niets waard.

p.s. Wil je reageren op deze blog? Dat kan op mijn facebookpagina.