Tuinhuistherapeut versus zielenknijper

‘Dat behandelen we hier niet’: één van de meeste funeste uitspraken in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg. We behandelen namelijk geen mensen meer tegenwoordig, enkel aandoeningen. Je kan hier terecht voor je ADHD, maar moet het verderop zoeken voor je eetstoornis. En die doodswens van je, daar willen we onze vingers al helemaal niet aan branden. Misschien wel bij de instelling dertig kilometer verderop, maar daar is een wachtlijst van drie maanden.
Het maakt het er voor de hulpzoekende mens niet gemakkelijker op. Gezien deze gang van zaken is het natuurlijk niet vreemd dat veel mensen de overstap maken naar een vrij gevestigd therapeut, door een voormalig collega minachtend ‘tuinhuistherapeut’ genoemd. De tuinhuistherapeut behandelt namelijk wél mensen.

De laatste keer dat ik de tenenkrommende uitspraak ‘dat behandelen we hier niet’ hoorde was op een voorlichtingsbijeenkomst met het team, toen ik nog in de psychiatrie werkte. De psychiater was een alleenheerser van het strenge moedertype, een rasechte zielenknijper. Als tuinhuistherapeut mag je dit soort termen gewoon bezigen, nog een reden om voor jezelf te beginnen.
Laten we voorop stellen dat zeker niet alle psychiaters zielenknijpers zijn -sommigen zijn zelfs erg sympathiek-, maar zij was het wel. Afijn, de zielenknijper in kwestie gaf een voorlichting over borderline. Nu is borderline een persoonlijkheidsstoornis, ofwel as II problematiek, terwijl de psychiatrie zich enkel bezighoudt met klinische stoornissen, de as I problematiek.
De mensen die in de psychiatrie belanden, hebben vaak problematiek op beide gebieden, dus het leek me niet meer dan logisch dat wij ons inderdaad ook eens zouden buigen over as II. Dus ging ik zeer opgetogen naar de bijeenkomst, klaar om overdonderd te worden met nieuwe inzichten.
Overdonderd werd ik zeker. De voorlichting begon veelbelovend. De zielenknijper beschreef het grote probleem van elke borderliner: niemand vindt hen aardig. Ja, soms juist wel, maar dat duurt meestal niet zo lang. Door hun gedrag jagen ze vroeg of laat iedereen op stang.
Binnen de hulpverlening hebben borderliners een enorme reputatie vanwege hun talent om mensen tegen elkaar uit te spelen, zelfs hele teams te ontwrichten. Dat doen ze niet uit vermaak. Mensen hebben altijd een goede reden voor slecht gedrag, dat is één van de eerste dingen die ik leerde als tuinhuistherapeut. Ik wachtte dan ook geduldig op een uitleg waarom borderliners doen wat ze doen, wat hun pijn en nood en behoeftes zijn en waarom we met z’n allen meer sympathie voor hen zouden moet opbrengen. Of op zn minst meer begrip. Maar dat kwam niet. Zielenknijpers hebben weinig op met pijn en nood en behoeftes, ze kijken voornamelijk naar gedrag. En dat is dan goed of fout, of in nettere termen ‘gezond of ongezond’. Bij ‘ongezond gedrag’ het liefst direct pillen er in.
Nadat wij met z’n allen de onafwendbare conclusie hadden getrokken dat borderliners toch wel erg ongezond gedrag vertonen, kwam de logische volgende vraag vanuit het team: ‘Hoe gaan we dan met dat gedrag om?’ Daar kwamen we tenslotte voor.
Het antwoord galmde in al zijn vastbesloten nietszeggendheid door de ruimte: ‘Niet, want dat behandelen wij hier niet’.
‘Ja maar ‘…’ (concreet voorbeeld van lastig borderlinegedrag). Hoe moet ik daar op reageren?’
‘Niet, want dat behandelen wij hier niet.’
‘Maar ik heb er toch mee te maken.’
‘Ja maar we behandelen het hier niet.’
Dit is precies wat van een psychiater een zielenknijper maakt. Het benoemen van wat ‘fout’ en ‘slecht’ is, zonder enige context: lekker knijpen in die ziel en kijken wat er gebeurt.

Laten we even voorop stellen dat het niet mogelijk is om ergens ‘niet op te reageren’. Gedrag negeren is ook een reactie. En je zou je kunnen afvragen of dat een gezonde reactie is. Of überhaupt een mogelijkheid.
De situatie die mijn collega schetste was als volgt: Eén van de patiënten haalde altijd iets uit, net aan het einde van zijn dienst, waardoor hij uiteindelijk langer bleef. Hij vond dit zo langzamerhand vervelend worden. Soms begon deze patiënt net een open gesprek, terwijl ze tegen anderen nooit open was. Andere keren zorgde ze ervoor dat ze net op dat moment lichamelijke zorg nodig had. De lichamelijke zorg is een taak van de verpleegkundigen, die mag niet worden genegeerd. Het gesprek afkappen op tijd lukte ook nooit.
Waar borderliners verder bekend om staan, is dat ze bij de ene collega klagen over de andere. En als er niet op wordt gereageerd, doen ze er een schepje bovenop, net zolang tot je er wel wat mee moet. Want stel dat die ene collega, die toch al af en toe zo raar uit de hoek komt, haar echt heeft aangerand? Of hem echt onnodig in de houdgreep heeft genomen? Dit soort dingen moet je altijd serieus nemen, dat staat niet voor niets in de protocollen. Borderlinegedrag te lang negeren, zorgt juist voor ontwrichting van je team. Dus hoe reageren we dan wel? Een legitieme vraag, die een antwoord verdient.

Sorry beste collega, dat het zo lang heeft geduurd. Als tuinhuistherapeut voelde ik mij niet geheel serieus genomen en ik was ook een beetje bang om heel hard in mijn ziel te worden geknepen. Ik ben ook maar een mens. Zo ook elke borderliner die je pad kruist. Het zijn mensen met pijn en nood en behoeftes. Maar omdat je hen hebt gereduceerd tot ‘patiënt’, weet je ineens niet meer hoe je moet reageren. Waarschijnlijk weet je precies hoe je zou reageren als je zus of je buurvrouw zulk gedrag vertoont. Dan zou je er wat van zeggen, je grens aangeven, vragen waarom ze dit doet, wat dan ook, een reactie die voor jou natuurlijk is, van mens tot mens. Maar eenmaal achter de deuren van de hulpverlening vragen we ons af hoe we op de stoornis moeten reageren, in plaats van op de mens. En dan wordt het moeilijk. De mens is zijn stoornis geworden: een patiënt.
En patiënten blijven doen wat ze doen, omdat wij ook blijven doen wat we doen. Sterker nog, ik durf te beweren dat ze in de eerste plaats zo gek zijn gaan doen omdat er gek met hen werd omgegaan. Stoornissen zijn meestal uit de hand gelopen copingmechanismen. En die mechanismen hebben patiënten hard nodig in een omgeving waarin zij tot hun problematiek worden gereduceerd, anders blijft er helemaal niets meer van hen over.
Maar waarom zijn borderliners dan precies gaan doen wat ze doen en wat is hun pijn en nood en behoefte? En waarom zouden we meer sympathie voor hen moeten hebben of op z’n minst meer begrip? Ik kom er heel graag iets over vertellen in jouw team. Ook zielenknijpers zijn van harte welkom.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *